Aangepast
netto-actiefEUR
12.671 miljoen (EUR 12.299 miljoen)EUR
78,53 (EUR 76,22)
De berekeningsmethode per aandeel steunt op het
aantal uitgegeven aandelen op 30 juni (161,4 miljoen), behalve voorhet
nettoresultaat per aandeel, waarvoor, in toepassing van de IFRS, wordt verwezen
naar het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen (155,1 miljoen effecten in
2010).
De Raad van Bestuur van GBL van 30 juli 2010 heeft de volgens
IFRS geconsolideerde financiële staten van GBL voor het eerste halfjaar van
2010 afgesloten. Deze rekeningen zijn in overeenstemming met IAS 34
(Tussentijdse Financiële Verslaggeving) en werden onderworpen aan een beperkte
controle door de Commissaris Deloitte.
Het geconsolideerd
nettoresultaat per 30 juni 2010 bedraagt EUR 297 miljoen, tegen EUR 98
miljoen over dezelfde periode van 2009. Deze evolutie weerspiegelt het behoorlijke
niveau van de cash earnings van de vennootschap en de hogere bijdrage van de
vennootschappen waarop vermogensmutatie wordt toegepast (+ EUR 50 miljoen).
Voorts werden in 2010 slechts voor EUR 20 miljoen waardeverminderingen geboekt
op de participatie in Iberdrola, terwijl vorig boekjaar deze lasten opliepen
tot EUR 235 miljoen met betrekking tot Pernod Ricard en Iberdrola. In totaal, gaat
het geconsolideerd nettoresultaat er met EUR 199 miljoen op vooruit.
De cash earnings
zijn stabiel gebleven op EUR 361 miljoen tegen EUR 371 miljoen in 2009. De
uitzonderlijke uitkering door GDF SUEZ in 2009 werd immers deels gecompenseerd
door de toename van de dividenden van Lafarge, Imerys en Pernod Ricard, die het
gevolg zijn van de bijkomende investeringen van GBL in deze deelnemingen die
sinds juni 2009 EUR 642 miljoen bedragen.
Het aangepast
netto-actief van GBL per 30 juni 2010 bedraagt EUR 78,53 tegen EUR 94,40 in december 2009
en is het gevolg van de evolutie van de beurskoersen van de deelnemingen sinds
het begin van het jaar op een zeer volatiele markt. De beurskoers van GBL (EUR 57,14 per 30 juni 2010) is, in de lijn van
de indexen Cac 40 en Eurostoxx 50, met 13,4% gedaald ten opzichte van het einde
van het jaar. Een deel van deze daling, hetzij 3,7%, houdt verband met het
afknippen van de coupon GBL die in 2010 werd uitbetaald.
* * *
Om de financiering op middellange termijn veilig te
stellen, heeft GBL de gunstige marktvoorwaarden aangegrepen om in juni 2010 een
lening uit te schrijven van EUR 350 miljoen op 7,5 jaar. Deze obligatielening,
bestemd voor particulieren in België en het Groothertogdom Luxemburg, levert
een rente op van 4,0%.
Bovendien heeft GBL op 30 juni voor een gecumuleerd
bedrag van EUR 98 miljoen omruilbare obligaties ingekocht die in 2012
vervallen. Op geconsolideerde basis, levert deze verrichting een rendement van
3,7% op.
De langlopende schulden van GBL zijn zodoende al volgt
samengesteld:
·EUR 337 miljoen omruilbare obligaties GBL met
vervaldag in april 2012;
·EUR 350 miljoen obligaties met vervaldag in
december 2017.
Tijdens het eerste halfjaar 2010 heeft GBL haar belang in
Pernod Ricard opgetrokken van 9,1% tot 9,8%, voor een bedrag van zowat EUR 110
miljoen, hetzij EUR 61,4 per aandeel.
Eind juni beschikte GBL over
om en bij de EUR 570 miljoen liquide
middelen en quasi liquide middelen, inclusief het product van de uitgegeven
obligatielening 2017. Rekening gehouden met de 3,8% eigen aandelen, gewaardeerd
op EUR 346 miljoen, en de schulden ten bedrage van EUR 687 miljoen, bedragen de
netto liquide middelen per 30 juni
2010 ongeveer EUR 230 miljoen.
1.Portefeuille
en aangepast netto-actief van GBL op 23 juli 2010
Portefeuille
Aangepast
netto-actief
% in
kapitaal
Beurskoers
(EUR)
(miljoen EUR)
Total
4,0%
38,14
3.583
GDF SUEZ
5,2%
25,31
2.966
Lafarge
21,1%
43,12
2.600
Pernod Ricard
9,8%
62,61
1.623
Imerys
30,6%
45,25
1.046
Suez Environnement
7,1%
14,45
506
Iberdrola
0,6%
5,30
167
Private Equity
-
-
162
Arkema en andere
deelnemingen
-
-
100
Portefeuille
12.753
Nettocash/trading/eigen aandelen
373
Aangepast
netto-actief
13.126
Aangepast netto-actief per aandeel (EUR)
81,35
Beurskoers (EUR)
58,92
Het
aantal uitstaande aandelen bedraagt 161.358.287. De thesaurie per 23 juli houdt
rekening met de inning begin juli van de dividenden van Lafarge, Pernod Ricard
en Iberdrola (EUR 143 miljoen).
2.Geconsolideerdhalfjaarresultaat (IFRS)
MiljoenEUR
30 juni 2010
30 juni
2009
Cash earnings
Mark to market en andere non cash
Geasso-cieerde
onderne-mingen
Eliminaties, meerwaarden, waarde-verminderingen en
terugnemingen
Gecon-solideerd
Gecon-solideerd
Nettoresultaat van de geassocieerde ondernemingen
-
-
125,2
-
125,2
75,5
Nettodividenden van deelnemingen
370,8
-
-
(144,0)
226,8
304,0
Opbrengsten en kosten van interesten
(4,8)
(2,0)
-
-
(6,8)
(4,7)
Andere financiële opbrengsten en kosten
6,2
(21,5)
-
-
(15,3)
(10,0)
Andere bedrijfsopbrengsten en -kosten
(11,3)
(2,1)
-
-
(13,4)
(11,9)
Resultaten op overdrachten, waardeverminderingen en
terugnemingen van niet-courante activa
-
-
-
(20,4)
(20,4)
(255,6)
Belastingen
-
0,6
-
-
0,6
0,5
Geconsolideerd resultaat (6 maanden 2010)
Gewoon resultaat per
aandeel
Verwaterd resultaat per
aandeel
360,9
(25,0)
125,2
(164,4)
296,7
1,91
1,91
Geconsolideerd
resultaat (6 maanden 2009)
Gewoon resultaat per
aandeel
Verwaterd resultaat per
aandeel
371,3
8,3
75,5
(357,3)
97,8
0,63
0,63
Het gewogen gemiddeld aantal aandelen gebruikt voor
de berekening van het gewoon resultaat per aandeel bedraagt 155.186.234
(155.792.046 per 30 juni 2009). Voor de berekening van het verwaterd resultaat
per aandeel bedraagt het 159.398.376 (155.792.046 per 30 juni 2009).
2.1.Cash earnings
(EUR 361 miljoen tegen EUR 371 miljoen)
Nettodividenden
Miljoen EUR
30
juni 2010
30
juni 2009
Lafarge
120,9
82,5
Total (saldo)
101,8
99,7
GDF SUEZ (uitzonderlijk)
-
93,7
GDF SUEZ (saldo)
78,5
70,3
Imerys
23,1
19,2
Suez Environnement
22,8
22,8
Pernod Ricard (voorschot)
15,8
11,4
Iberdrola (saldo)
6,2
4,6
Andere
1,7
1,5
Totaal
370,8
405,7
Het uitzonderlijk dividend van GDF SUEZ van EUR 94
miljoen in 2009 buiten beschouwing gelaten, zijn de nettodividenden van de deelnemingen over het eerste halfjaar 2010
met EUR 59 miljoen toegenomen. Die stijging is toe te schrijven aan het
gecombineerd effect van:
·de aanvullende
bijdrage van EUR 42 miljoen, ingevolge de investeringen in Lafarge en Imerys,
ter gelegenheid van de in 2009 doorgevoerde kapitaalverhogingen, met een ongewijzigd
dividend per aandeel;
·de
inning van het standvastig dividend van Total en Suez Environnement;
·de stijging
met EUR 14 miljoen van de dividenden van GDF SUEZ en Pernod Ricard: enerzijds
hebben GDF SUEZ en Pernod Ricard een dividend uitgekeerd dat respectievelijk
12% en 22% is toegenomen en, anderzijds, heeft GBL, sinds juni 2009, in Pernod Ricard een bedrag geïnvesteerd van om en bij
de EUR 150 miljoen.
De interestlasten bedragen EUR -5 miljoen en houden gelijke tred met
die van 2009. De in juni 2010 uitgeschreven obligatielening zal pas in het
tweede halfjaar het resultaat 2010 beïnvloeden.
De andere financiële
opbrengsten en kosten bedragen
EUR 6 miljoen, tegen EUR -22 miljoen in 2009. In het eerste halfjaar 2009 werd immers een verlies
van EUR 40 miljoen geleden ten gevolge van de afwikkeling van tradingoperaties.
De andere
bedrijfsopbrengsten en -kosten
bleven stabiel op ongeveer EUR 11 miljoen.
2.2.Mark to market en andere non cash (EUR -25 miljoen tegen EUR 8 miljoen)
Miljoen EUR
30
juni 2010
30
juni 2009
Opbrengsten en kosten van
interesten
(2,0)
(1,9)
Andere financiële opbrengsten en kosten
(21,5)
11,5
Andere bedrijfsopbrengsten en -kosten
(2,1)
(1,8)
Belastingen
0,6
0,5
Totaal
(25,0)
8,3
Deze post omvat op 30 juni 2010 voornamelijk de
actuariële afschrijving van de omruilbare obligaties (EUR -2 miljoen), de
schommelingen van de reële waarde van de optie-instrumenten (EUR -7 miljoen) en
de eliminatie van het dividend op de eigen aandelen (EUR -15 miljoen). In 2009
omvatte deze post daarenboven een terugneming van EUR 34 miljoen op de
bovenvermelde tradingoperatie.
2.3.Geassocieerde ondernemingen (EUR 125 miljoen tegen EUR 76 miljoen)
De nettobijdrage van de geassocieerde ondernemingen
bedraagt EUR 125 miljoen tegen EUR 76 miljoen over dezelfde periode van 2009:
Miljoen EUR
30 juni 2010
30 juni 2009
Lafarge
82,8
78,3
Imerys
36,5
3,6
ECP
5,9
(6,4)
Totaal
125,2
75,5
Lafarge
(EUR 83 miljoen tegen EUR 78 miljoen)
Na een eerste kwartaal 2010, dat gekenmerkt werd door een
moeilijk economisch klimaat in Europa en de Verenigde Staten en bijzonder
ongunstige weersomstandigheden voor de bouwmarkt in de ontwikkelde landen en
sommige opkomende landen, vertoont het tweede kwartaal een gunstiger beeld, met
een verbetering van de volumes in Noord-Amerika, tekenen van stabilisatie in de
landen vanNoord- Europa en
tegenstrijdige tendensen in de opkomende landen.
Onder dergelijke omstandigheden is de halfjaaromzet, ten
bedrage van EUR 7.712 miljoen, 3% (4% met ongewijzigde consolidatiekring en
wisselkoersen) teruggelopen en het courant bedrijfsresultaat van EUR 1.072
miljoen, 5% (-9% met ongewijzigde consolidatiekring en wisselkoersen) achteruitgegaan.
De over het algemeen solide cementprijs, de dalende energiefactuur en de door de
groep geleverde belangrijke inspanningen tot kostenverlaging ondersteunden de
operationele marge, die voor de hele groep 13,9% bereikt, en voor de afdeling
Cement zelfs de 20% overschrijdt, en zulks niettegenstaande de terugval van de
volumes over het eerste halfjaar. In het tweede kwartaal is de EBITDA-marge van
de afdeling Cement met 110 basispunten opgelopen tot 32,7%.
Het nettoresultaat over de periode komt uit op EUR 393
miljoen, tegen EUR 370 miljoen over het eerste halfjaar 2009. Het effect van de
aanpassing van de voorzieningen voor het geschil “ Cement Duitsland” in 2009 en
de meerwaarde op de overdracht van de effecten Cimpor in 2010 buiten
beschouwing gelaten, is het nettoresultaat, deel van de groep, 29% achteruitgegaan.
De forse waardestijging van de dollar en het pond sterling
ten opzichte van de euro op 30 juni 2010 gaf aanleiding tot een nadelig
omrekeningverschil op de schuld van EUR 1 miljard ten opzichte van 31 december
2009. Overigens blijft de groep zijn inspanningen tot verbetering van zijn
liquiditeit en zijn financiële structuur voortzetten. Aldus heeft de groep per
eind juli 2010 voor EUR 350 miljoen desinvesteringen doorgevoerd in het kader
van zijn in februari 2010 aangekondigd plan tot overlatingen van EUR 300 tot
500 miljoen. Op dezelfde datum werden eveneens alle vervaldagen 2010 van de
langlopende schuld van Lafarge geherfinancierd en werden de bevestigde en
niet-opgenomen kredietlijnen, zowel qua bedrag als looptijd, uitgebreid en tot
EUR 3,8 miljard opgetrokken met een gemiddelde maturiteit van meer dan drie
jaar.
Imerys (EUR
37 miljoen tegen EUR 4 miljoen)
Imerys realiseerde over het eerste halfjaar 2010 een
omzet van EUR 1.623 miljoen, 18% meer dan over dezelfde periode van 2009.
Daarin is een gunstig wisselkoerseffect verwerkt van EUR 35 miljoen, ten gevolge
van de verzwakking van de gemiddelde wisselkoers van de euro ten opzichte van
de andere munten met uitzondering van de Amerikaanse dollar, en een consolidatiekringeffect
van EUR -6 miljoen. Imerys kon immers voordeel trekken uit de over het algemeen
aantrekkende economische activiteit, die gestimuleerd werd door het krachtig
effect van de heraanvulling van de voorraden, vooral in activiteiten die
verband houden met de industriële uitrusting. In de opkomende landen, die 26%
van de verkopen voor hun rekening nemen, werd de groei doorgezet.
Dankzij een forse bijdrage van de volumes en een
behoorlijke beheersing van de vaste en variabele kosten, ging het courant
bedrijfsresultaat er met 88% op vooruit tot EUR 207 miljoen.
Het nettoresultaat, deel van de groep, bedraagt EUR 119
miljoen, tegen EUR 12 miljoen over het eerste halfjaar 2009.
De industriële ontwikkeling van Imerys wordt voortgezet
met de indienstneming, in het tweede kwartaal 2010, van een nieuwe fabriek voor
de vervaardiging van calciumcarbonaat voor papier in China en de verwerving, op
26 juli 2010, van Para Pigmentos S.A., een Braziliaanse producent van kaolien
voor papier.
Ergon Capital Partners
/ Ergon Capital Partners II (ECP) (EUR 6 miljoen tegen EUR -6 miljoen)
De bijdrage van ECP tot het resultaat van GBL per 30
juni 2010 bedraagt EUR 6 miljoen, tegen EUR -6 miljoen per 30 juni 2009. De
schommeling is hoofdzakelijk te wijten aan de evolutie van de boekhoudkundige
waardering van de portefeuille.
2.4.Eliminaties en meerwaarden (EUR
-164 miljoen tegen EUR -357 miljoen)
Miljoen
EUR
30
juni 2010
30
juni 2009
Waardeverminderingen
op genoteerde deelnemingen
(20,4)
(234,7)
Pernod Ricard
-
(198,2)
Iberdrola
(20,4)
(36,5)
Andere
-
(20,9)
Eliminaties
van de dividenden (Lafarge
en Imerys)
(144,0)
(101,7)
Totaal
(164,4)
(357,3)
Ter herinnering: wegens de daling van de financiële
markten heeft GBL, met inachtneming van de IFRS, EUR 637 miljoen gecumuleerde
waardeverminderingen geboekt op de deelnemingen in Pernod Ricard en Iberdrola
waarvan EUR 402 miljoen in 2008 en EUR 235 miljoen in 2009.
De slotkoers van Iberdrola per
30 juni 2010 bedroeg EUR 4,63 per aandeel. Dienvolgens was GBL, in toepassing
van de IFRS, verplicht om een bijkomende waardevermindering van EUR 20 miljoen
op Iberdrola te boeken. De gecumuleerde waardevermindering op Iberdrola
bedraagt sindsdien EUR 144 miljoen.
Op Pernod Ricard had GBL een
waardevermindering van EUR 513 miljoen geboekt. De geconsolideerde nettowaarde
van deze deelneming bedraagt derhalve EUR 41,2 per aandeel. Op basis van de
beurskoers van EUR 63,98 per 30 juni 2010 komt evenwel een latente meerwaarde
van EUR 76 miljoen te voorschijn, bovenop de waardevermindering die niet langer
verantwoord zou zijn. Overeenkomstig de IFRS mag deze terugneming echter niet
in resultaat worden genomen.
Gelet op de daling van de beurskoers van Lafarge moest op
deze deelneming een impairment test
worden uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat bij de afsluiting per 30 juni geen
waardevermindering op de geconsolideerde waarde (EUR 69,0 per aandeel)
verantwoord is op grond van de beschikbare informatie op die datum.
De nettodividenden van de deelnemingen waarop
vermogensmutatie wordt toegepast werden geëlimineerd. Het betreft een bedrag
van EUR 144 miljoen afkomstig van Lafarge en van Imerys.
3.Globaal resultaat
Miljoen
EUR
30 juni 2010
30 juni 2009
Resultaat
van de periode
(nota
2 supra)
Rechtstreeks
in eigen vermogen geboekte bestanddelen
Globaal
resultaat
Globaal
resultaat
Mark to Market
Geassocieerde ondernemingen
Bijdragen
van de deelnemingen
331,6
(1.585,8)
466,4
(787,8)
(836,9)
GDF SUEZ
78,5
(795,1)
-
(716,6)
(866,0)
Suez Environnement
22,8
(88,9)
-
(66,1)
36,8
Total
101,8
(755,3)
-
(653,5)
59,3
Lafarge
82,8
-
394,8
477,6
25,8
Imerys
36,5
-
71,6
108,1
24,3
Pernod Ricard
15,8
86,8
-
102,6
(84,5)
Iberdrola
(14,2)
(43,6)
-
(57,8)
-
Andere
7,6
10,3
-
17,9
(32,6)
Andere
opbrengsten en kosten
(34,9)
0,0
0,0
(34,9)
(26,1)
30 juni
2010
296,7
(1.585,8)
466,4
(822,7)
30 juni 2009
97,8
(929,1)
(31,7)
(863,0)
Overeenkomstig IAS 1 publiceert GBL een globaal geconsolideerd resultaat,
dat integraal deel uitmaakt van de geconsolideerde financiële staten. Dit
globaal resultaat per eind juni 2010 bedraagt EUR -823 miljoen, tegen EUR -863
miljoen in 2009. Die evolutie is voornamelijk te wijten aan de schommeling van
de beurskoers van de deelnemingen van de portefeuille.
Dit globaal resultaat staat voor de wijziging in het eigen vermogen over
het eerste halfjaar 2010, zonder de uitkering van het dividend van GBL. Het
wordt berekend op basis van het geconsolideerd resultaat over de verslagperiode
(EUR 297 miljoen), waarbij het effect van de beurs op de voor verkoop
beschikbare deelnemingen (Total, GDF SUEZ, Pernod Ricard, enz.) (EUR -1.586
miljoen) en de wijzigingen in het eigen vermogen van de geassocieerde
ondernemingen (EUR 466 miljoen) wordt gevoegd.
4.Risicofactoren
Alle belangrijke deelnemingen van de portefeuille die door GBL worden
aangehouden zijn blootgesteld aan specifieke risico’s die werden toegelicht in
het jaarlijks financiële verslag van GBL per 31 december 2009 (p. 110), dat
voor nadere informatie verwijst naar de websites van de verschillende
deelnemingen.
De eigen risico’s van GBL per 31 december 2009 worden toegelicht in het jaarlijks
financiële verslag van GBL (p. 110-111). Tijdens het tweede halfjaar 2010
blijft GBL aan dezelfde risico’s onderworpen.
5.Vooruitzichten voor het boekjaar
2010
Het leeuwenaandeel van de nettodividenden van de
deelnemingen die de cash earnings van GBL uitmaken, wordt in het eerste
halfjaar geïnd. In het tweede halfjaar verwacht GBL nog interimdividenden te
innen, hoofdzakelijk vanwege Total, GDF SUEZ en Pernod Ricard, die evenwel nog
door de respectieve organen moeten worden goedgekeurd.
Het geconsolideerd resultaat zal verder worden
beïnvloed door de evolutie van de bijdragen van de geassocieerde ondernemingen
(Lafarge, Imerys en ECP), die zelf afhankelijk is van de conjunctuur, en door
de schommeling van de reële waarde van de financiële instrumenten en de
eventuele impairments/terugnemingen van impairments op de portefeuille.
De resultaten per 30 september zullen op 5 november
2010 worden bekendgemaakt.
6.Verslag van de Commissaris
over de halfjaarinformatie
Wij hebben een
beperkt nazicht uitgevoerd van de verkorte geconsolideerde balans, het verkort
geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat, het verkort geconsolideerd
overzicht van de mutaties in het eigen vermogen, het verkort geconsolideerd
overzicht van de kasstromen en de selectieve toelichtingen 1 tot 6 (gezamenlijk
de “tussentijdse financiële verslaggeving”) van de Groep Brussel Lambert nv (de
“Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen de “Groep”) over het op 30
juni 2010 afgesloten halfjaar. Deze financiële verslaggeving werd opgemaakt
onder de verantwoordelijkheid van de Raad van bestuur. Onze
verantwoordelijkheid is, op basis van ons beperkt nazicht, een oordeel uit te
brengen omtrent deze tussentijdse financiële verslaggeving.
Deze
tussentijdse financiële verslaggeving werd opgesteld in overeenstemming met IAS
34 - Tussentijdse financiële
verslaggeving, zoals aanvaard door de Europese Unie.
Ons beperkt
nazicht werd verricht overeenkomstig de in België geldende controleaanbevelingen
i.v.m. het beperkt nazicht zoals uitgevaardigd door het Instituut der
Bedrijfsrevisoren. Een beperkt nazicht bestaat voornamelijk uit de bespreking
van de financiële verslaggeving met het management en analytisch onderzoek en
andere ontledingen van de tussentijdse financiële verslaggeving en
onderliggende financiële gegevens. Een beperkt nazicht is minder diepgaand dan
een volkomen controle in overeenstemming met de algemeen aanvaarde
controlenormen i.v.m. de geconsolideerde jaarrekening zoals uitgevaardigd door
het Instituut der Bedrijfsrevisoren. Dienovereenkomstig kunnen wij de
tussentijdse financiële verslaggeving niet certificeren.
Op basis van ons beperkt nazicht, kwamen er geen feiten
onder onze aandacht welke ons doen geloven dat de tussentijdse financiële
verslaggeving over het op 30 juni 2010 afgesloten halfjaar, in enig mogelijk
opzicht, niet is opgesteld overeenkomstig IAS 34 - Tussentijdse financiële verslaggeving, zoals toegepast door de
Europese Unie.
30 juli 2010
De Commissaris,
_______________________________
DELOITTE Bedrijfsrevisoren
BV o.v.v.e CVBA
vertegenwoordigd
door Michel Denayer
7.Verklaring van de
Verantwoordelijken
Baron Frère, Gérald Frère en Thierry de Rudder, het
Uitvoerend Management, en Patrick De Vos, Financieel Directeur, verklaren, in
naam en voor rekening van GBL, dat bij hun weten:
-de op 30 juni 2010 afgesloten geconsolideerde
financiële staten zijn opgesteld overeenkomstig de IFRS en een getrouw beeld
geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van GBL en de
in de consolidatie opgenomen ondernemingen (1);
-het halfjaarlijks financieel verslag een getrouw
overzicht geeft van de ontwikkeling van de zaken, de resultaten en de positie
van GBL en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsook een
beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij worden
geconfronteerd.
(1) De “in de consolidatie opgenomen ondernemingen”
omvatten de dochtervennootschappen van GBL in de zin van artikel 6 van het
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
Halfjaarlijkse financiële staten IFRS
Geconsolideerd overzicht van het volledige
resultaat
Miljoen EUR
Noten
30 juni 2010
30 juni 2009
Deel in het nettoresultaat van de geassocieerde
ondernemingen
1
125,2
75,5
Nettodividenden
van deelnemingen
2
226,8
304,0
Opbrengsten
en kosten van interesten
3
(6,8)
(4,7)
Niet-courante activa
0,3
(0,5)
Courante activa en financiële schulden
(7,1)
(4,2)
Andere
financiële opbrengsten en kosten
4
(15,3)
(10,0)
Resultaten
op beleggingseffecten en afgeleide producten
(14,2)
(8,5)
Andere
(1,1)
(1,5)
Andere bedrijfsopbrengsten en -kosten
(13,4)
(11,9)
Resultaten
op overdrachten en waardeverminderingen van niet-courante activa
2
(20,4)
(255,6)
Belastingen
0,6
0,5
Geconsolideerde
resultaat over de periode
296,7
97,8
Andere elementen van het volledige resultaat
Voor verkoop
beschikbare deelnemingen-wijziging van de reële waarde
2
(1.585,8)
(929,1)
Deel in
de andere elementen van het volledige resultaat van de geassocieerde
ondernemingen
1
466,4
(31,7)
Andere
-
-
Globaal
resultaat
(822,7)
(863,0)
Minderheidsbelangen
-
-
Geconsolideerde resultaat over de periode per
aandeel
Gewoon
6
1,91
0,63
Verwaterd
1,91
0,63
Geconsolideerde balans
Miljoen EUR
Noten
30 juni
2010
31 december
2009
Niet-courante
activa
13.699,9
14.711,0
Materiële vaste activa
20,4
18,0
Deelnemingen
13.657,2
14.671,3
Deelnemingen in geassocieerde
ondernemingen
1
5.005,0
4.556,4
Voor
verkoop beschikbare deelnemingen
2
8.652,2
10.114,9
Andere
niet-courante activa
21,8
21,2
Uitgestelde belastingvorderingen
0,5
0,5
Courante
activa
3
700,8
632,2
Beleggingsactiva
12,9
14,7
Liquide middelen en gelijkgestelde
533,3
604,8
Andere activa
154,6
12,7
Totaal
activa
14.400,7
15.343,2
Eigen
vermogen
6
13.644,8
14.845,1
Kapitaal
653,1
653,1
Uitgiftepremies
3.815,8
3.815,8
Reserves
9.175,9
10.376,2
Minderheidsbelangen
-
-
Niet-courante passiva
683,1
428,4
Obligatieleningen
3
680,8
424,7
Uitgestelde belastingverplichtingen
1,7
2,7
Voorzieningen
0,6
1,0
Courante
passiva
72,8
69,7
Financiële schulden
-
-
Fiscale schulden
2,3
1,5
Afgeleide producten
37,7
26,1
Andere schulden
32,8
42,1
Totaal passiva en eigen vermogen
14.400,7
15.343,2
Geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het
eigen vermogen
Miljoen EUR
Kapitaal
Uitgifte-premies
Herwaar-derings-reserves
Eigen aandelen
Omreke-nings-verschil-len
Omruil- bare obligatie 2005-2012
Inge-houden winsten
Totaal
van de reserves
Per
31 december 2008
653,1
3.815,8
3.021,9
(207,7)
(212,5)
17,6
6.330,2
13.418,4
Globaal resultaat
-
-
(926,0)
-
(24,6)
-
87,6
(863,0)
Totaal
van de verrichtingen met de aandeelhouders
-
-
-
(12,8)
-
-
(353,5)
(366,3)
Per 30 juni 2009
653,1
3.815,8
2.095,9
(220,5)
(237,1)
17,6
6.064,3
12.189,1
Globaal resultaat
-
-
1.708,3
-
24,4
-
939,6
2.672,3
Totaal
van de verrichtingen met de aandeelhouders
-
-
-
(14,6)
-
-
(1,7)
(16,3)
Per
31 december 2009
653,1
3.815,8
3.804,2
(235,1)
(212,7)
17,6
7.002,2
14.845,1
Globaal resultaat
-
-
(1.616,7)
-
512,8
-
281,2
(822,7)
Totaal
van de verrichtingen met de aandeelhouders
-
-
-
(10,0)
-
-
(367,6)
(377,6)
Per 30 juni 2010
653,1
3.815,8
2.187,5
(245,1)
300,1
17,6
6.915,8
13.644,8
Op 20 april 2010 werd aan de aandeelhouders van GBL
een brutodividend uitgekeerd van EUR 2,42 per aandeel (tegen EUR 2,30
in 2009).
Op 30 juni 2010 bezat GBL
6.099.444 eigen aandelen (tegen 6.054.739 op 31 december 2009).
Geconsolideerd overzicht
van de kasstromen
Miljoen EUR
30 juni 2010
30 juni 2009
Kasstromen
uit bedrijfsactiviteiten
187,2
443,2
Geconsolideerd resultaat van de periode vóór
interesten en belastingen
302,9
102,0
Aanpassing voor:
Nettoresultaat
van de geassocieerde ondernemingen
(125,2)
(75,5)
Dividenden
van de geassocieerde ondernemingen
23,1
-
Herwaarderingen
tegen reële waarde
2,1
(0,7)
Resultaat
op overdrachten, waardeverminderingen en terugnemingen van niet-courante
activa
20,4
255,6
Andere
(13,7)
13,7
Opbrengsten en kosten van geïnde (betaalde)
interesten
(12,2)
(12,4)
Terugbetaalde belastingen
-
-
Wijziging van financiële beleggingsinstrumenten
1,8
150,3
Wijziging van de behoefte aan werkkapitaal
(12,0)
10,2
Kasstromen uit investeringsactiviteiten
(124,8)
(564,8)
Verwervingen van:
Deelnemingen
(130,4)
(397,2)
Andere
financiële activa
-
(167,5)
Inkomsten uit de overdracht van materiële vaste
activa
-
-
Overdrachten
van deelnemingen en andere financiële activa
5,6
-
Kasstromen
uit financieringsactiviteiten
(133,9)
378,9
Uitgekeerde dividenden
(375,7)
(358,3)
Ontvangsten uit financiële schulden
349,8
750,0
Terugbetalingen van financiële schulden
(98,0)
-
Nettobewegingen op eigen aandelen
(10,0)
(12,8)
Nettotoename (afname) van liquide middelen en
gelijkgestelde
(71,5)
257,3
Liquide middelen en
gelijkgestelde bij het begin van de periode
604,8
966,0
Liquide middelen en gelijkgestelde bij de
afsluiting van de periode
533,3
1.223,3
Toelichting
Boekhoudkundige
methoden en seizoensgebonden karakter
De
geconsolideerde financiële staten werden opgemaakt in overeenstemming met de
door de Europese Unie aangenomen IFRS (International Financial Reporting
Standards) en de door het International Financial Reporting Interpretations
Committee van de IASB (IFRIC) gepubliceerde interpretaties.
De
voor de opmaak van de tussentijdse financiële staten toegepaste boekhoudkundige
methoden en berekeningsmodaliteiten zijn identiek aan deze die voor de
financiële verslaggeving over het boekjaar 2009 werden gebruikt. De
geconsolideerde financiële staten per 30 juni 2010 zijn in overeenstemming met
IAS 34 – Tussentijdse financiële verslaggeving.
De
consolidatiekring is identiek aan die van 31 december 2009. Merk op dat de
dochteronderneming GBL Participations, Ergon Capital Partners III is geworden.
De
seizoensgebondenheid van de resultaten werd hiervoor toegelicht in de
vooruitzichten voor het boekjaar 2010.
1.Vermogensmutatie van Lafarge, Imerys en ECP
1.1.Deel in het
nettoresultaat
Miljoen EUR
30 juni 2010
30 juni
2009
Lafarge
82,8
78,3
Imerys
36,5
3,6
ECP
5,9
(6,4)
Deel in
het nettoresultaat van de geassocieerde ondernemingen
125,2
75,5
Het
resultaat van Lafarge op 30 juni 2010 bedraagt EUR 393 miljoen. 0p basis van
het deelnemingspercentage van GBL, bedraagt de bijdrage van Lafarge bijgevolg
EUR 83 miljoen, tegen EUR 78 miljoen in juni 2009.
Het
geconsolideerd nettoresultaat van Imerys over het eerste halfjaar 2010 bedraagt
EUR 119 miljoen. Op basis van het deelnemingspercentage van GBL bedraagt de
bijdrage van Imerys tot het haljaarresultaat dus EUR 37 miljoen, EUR 33 miljoen
meer dan vorig jaar.
De
bijdrage van ECP per 30 juni 2010 bedraagt EUR 6 miljoen, tegen EUR -6 miljoen
in juni 2009.
1.2.Vermogensmutatiewaarde
Miljoen
EUR
Lafarge
Imerys
ECP
Totaal
Per 31 december 2009
3.807,0
658,0
91,4
4.556,4
Investeringen
-
-
1,0
1,0
Resultaat
van de periode
82,8
36,5
5,9
125,2
Uitkering
(120,9)
(23,1)
-
(144,0)
Omrekeningsverschillen
442,5
70,4
-
512,9
Wijziging
van de herwaarderingreserves
(30,9)
1,0
-
(29,9)
Andere
(16,8)
0,2
-
(16,6)
Per 30 juni 2010
4.163,7
743,0
98,3
5.005,0
Op 30 juni
2010 bedroeg de beurswaarde van de deelneming in Lafarge EUR 2.718 miljoen
(tegen EUR 3.486 miljoen per 31 december 2009). De impairment test die door GBL werd uitgevoerd ingevolge de evolutie
van de beurswaarde van Lafarge, heeft geen aanleiding gegeven tot een
waardevermindering op deze deelneming.
GBL heeft
dezelfde methodologie toegepast als voorheen en, in toepassing van de IFRS, de
in het verleden gebruikte waarderingsmodellen geüpdatet.
2.GDF SUEZ, Suez Environnement
(SE), Total, Pernod Ricard, Iberdrola en andere deelnemingen beschikbaar voor
verkoop
2.1.Nettodividenden
Miljoen
EUR
30 juni 2010
30 juni 2009
GDF SUEZ
78,5
164,0
SE
22,8
22,8
Total
101,8
99,7
Pernod
Ricard
15,8
11,4
Iberdrola
6,2
4,6
Andere
1,7
1,5
Totaal
226,8
304,0
Ter
herinnering: in 2009 heeft GBL van GDF Suez een uitzonderlijk dividend
ontvangen (EUR 94 miljoen).
2.2.Reële
waarde en schommeling
De deelnemingen in de beursgenoteerde ondernemingen
werden gewaardeerd op basis van de slotkoers.
De deelnemingen in de “Fondsen”, die PAI Europe III,
Sagard I en Sagard II omvatten, werden geherwaardeerd op basis van de reële
waarde van hun beleggingsportefeuille.
Miljoen EUR
31
december 2009
Aankopen/
Verkopen
Waarde-
verminde- ringen
Wijziging
van de herwaarde-ringsreserves
Resultaat
van de beleggings-fondsen
30
juni 2010
Total
4.227,8
-
-
(755,3)
-
3.472,5
GDF SUEZ
3.548,9
-
-
(795,1)
-
2.753,8
Pernod Ricard
1.444,4
109,1
-
86,8
15,8
1.656,1
SE
564,4
-
-
(88,9)
-
475,5
Iberdrola
209,6
-
(20,4)
(43,6)
-
145,6
Fondsen
56,3
3,7
-
5,4
(1,6)
63,8
Andere
63,5
16,8
-
4,9
-
85,2
Reële waarde
10.114,9
129,6
(20,4)
(1.585,8)
14,2
8.652,5
2.3.Resultaat van overdrachten en
waardeverminderingen op deelnemingen beschikbaar voor verkoop
Miljoen EUR
30 juni 2010
30 juni 2009
Waardeverminderingen
op deelnemingen beschikbaar voor verkoop
(20,4)
(252,5)
Pernod Ricard
-
(198,2)
Iberdrola
(20,4)
(36,5)
Fondsen
-
(17,8)
Andere
-
(3,1)
Totaal
(20,4)
(255,6)
In toepassing van de IFRS werd op Iberdrola een
bijkomende waardevermindering van EUR 20 miljoen geboekt, ten einde de
deelneming in overeenstemming te brengen met de beurskoers op 30 juni 2010,
zijnde EUR 4,63 per aandeel.
Pernod Ricard, daarentegen, sloot op 30 juni 2010 af op EUR 63,98 per
aandeel, ten opzichte van een geconsolideerde nettowaarde van EUR 41,20. We
herinneren eraan dat GBL Pernod Ricard had afgewaardeerd voor een gecumuleerd
bedrag van EUR 513 miljoen, waarvan EUR 198 miljoen in het eerste halfjaar
2009.
In het eerste halfjaar 2010 heeft GBL geen resultaten verwezenlijkt op
overdrachten van deelnemingen beschikbaar voor verkoop.
3.Liquide middelen en schulden
3.1.Courante activa en passiva
Miljoen EUR
30 juni 2010
31 december 2009
Courante
activa
700,8
632,2
Waarvan
Liquide
middelen en gelijkgestelde
532,9
604,8
Dividend Lafarge
120,9
-
Andere
47,0
27,4
Courante
passiva
72,8
69,7
Waarvan
financiële schulden
-
-
Courante
activa – Courante passiva
628,0
562,5
Het dividend van Lafarge geïnd
door GBL begin juli 2010 (EUR 121 miljoen) werd in vermindering gebracht van de
geconsolideerde nettowaarde van Lafarge op de balans van GBL.
3.2.Niet-courante financiële passiva
Miljoen EUR
30 juni 2010
31 december 2009
Niet-courante
financiële schulden
680,8
424,7
Omruilbare leningen 2005 - 2012
331,0
424,7
Nominale
waarde
435,0
435,0
Inkoop
(98,0)
-
Gecumuleerde
actuariële afschrijving
(6,0)
(10,3)
Geamortiseerde
kostprijs
331,0
424,7
Omruilbare leningen 2010 - 2017
349,8
-
GBL heeft in het eerste halfjaar 2010 voor een bedrag van ongeveer EUR
100 miljoen, hetzij 23% van de totale nominale waarde, omruilbare obligaties,
uitgegeven door haar dochter Sagerpar, ingekocht. Ter herinnering: Sagerpar had
voor een bedrag van EUR 435 miljoen obligaties uitgegeven, met vervaldag in
april 2012 omruilbaar in 5.085.340 GBL-aandelen. Deze inkoop levert een
rendement op van 3,7% op geconsolideerde basis.
Daarenboven heeft GBL, gelet
op de gunstige marktvoorwaarden, in juni 2010 obligaties (EUR 350 miljoen)
uitgegeven met een looptijd van 7,5 jaar (vervaldag 29 december 2017) en een
(bruto)rente van 4,00%. Deze obligaties worden genoteerd op de Beurs van
Luxemburg en op NYSE Euronext Brussels (ISIN-code: BE0002174408).
Ten slotte beschikt GBL over EUR 1.800 miljoen bevestigde,
niet-opgenomen kredietlijnen.
3.3.Opbrengsten en kosten van interesten
Miljoen EUR
30 juni 2010
30 juni 2009
Interesten op niet-courante activa
0,3
(0,5)
Interesten op omruilbare leningen
(8,3)
(8,3)
Nominale interest (cash earnings)
(6,3)
(6,4)
Geamortiseerde kostprijs
(2,0)
(1,9)
Interesten van thesaurie
1,2
4,1
Opbrengsten
en kosten van interesten
(6,8)
(4,7)
De interesten op liquide middelen (EUR 1 miljoen in 2010) zijn gedaald,
vooral ten gevolge van de vermindering van de rentevoeten.
De interesten op omruilbare leningen omvatten de
kost van de jaarlijkse coupon (2,95%) en de kost van de wedersamenstelling van
de nominale waarde van de omruilbare obligatie.
4. Andere
financiële opbrengsten en kosten
Miljoen EUR
30 juni 2010
30 juni 2009
Resultaten op
beleggingseffecten en afgeleide producten
(14,2)
(8,5)
Andere
(1,1)
(1,5)
Totaal
(15,3)
(10,0)
Deze post omvat per 30 juni 2010 vooral het effect van de renteswap en de
posities in lopende afgeleide producten met een nominaal bedrag van EUR 96
miljoen.
5.Verrichtingen met verbonden / verwante partijen
Miljoen
EUR
Pargesa
ECP
Andere
Activa
Niet-courante
-
-
0,1
Beleggingsactiva
12,1
-
-
Passiva
Afgeleide producten
5,0
-
-
Resultatenrekening
0,3
0,1
-
De
bedragen vermeld bij Pargesa, als verbonden onderneming, hebben betrekking op
de door GBL uitgeschreven opties op Pargesa-aandelen, alsook op de dekking van
dit optieplan bij GBL.
6.Eigen
vermogen
6.1.Herwaarderingsreserves
Deze reserves omvatten de schommelingen van de reële
waarde van de deelnemingen beschikbaar voor verkoop en van de reserves van de
ondernemingen waarop vermogensmutatie wordt toegepast.
Miljoen
EUR
Total
GDF
SUEZ
Suez Environnement
Pernod Ricard
Iberdrola
Fondsen
Andere
Totaal
Per 31 december 2009
2.102,6
965,5
218,7
486,8
43,6
7,4
(20,4)
3.804,2
Wijziging
van de reële waarde
(755,3)
(795,1)
(88,9)
86,8
(43,6)
5,4
(26,0)
(1.116,7)
Per 30 juni 2010
1.347,3
170,4
129,8
573,6
0,0
12,8
(46,4)
2.187,5
6.2.Resultaat per aandeel
Geconsolideerd resultaat
Miljoen
EUR
30 juni 2010
30 juni 2009
Gewoon
296,7
97,8
Verwaterd
304,6
97,8
Aantaalaandelen
In miljoen aandelen
30 juni 2010
30 juni 2009
Uitgegeven aandelen
161,4
161,4
Eigen aandelen bij
begin van de periode
(6,1)
(5,6)
Gewogen variatie van de
periode
(0,1)
0,0
Gewogen gemiddeld aantal
aandelen weerhouden voor het gewoon resultaat per aandeel
155,2
155,8
Invloed van financiële
instrumenten met verwaterend effect:
Omruilbare lening
2005-2012
5,1
-
Inkoop van omruilbare
leningen
(1,1)
-
Aandelenopties (in the money)
0,2
-
166
Gewogen gemiddeld aantal
aandelen weerhouden voor het verwaterd resultaat per aandeel
159,4
155,8
Tijdens het eerste kwartaal werden 154.306
aandelenopties uitgeschreven ten voordele van het Uitvoerend Management en het
personeel. Deze opties hebben een looptijd van 10 jaar en zullen drie jaar na
de aanbiedingsdatum definitief door de verkrijgers zijn verworven. De
uitoefenprijs werd vastgesteld op EUR 65,82 per optie.