SITEMAP SEARCH MAILING LIST CONTACTEN FR NL EN     

  

  

  
Slotkoers 21/5/2012: 50.07
   



Afdruk onder PDF-formaat

Groupe Bruxelles Lambert

Groep Brussel Lambert                                                                                            30 juli 2010 – Na 17u45

Gereglementeerde informatie

Halfjaarlijks financieel verslag

 

Gegevens eind juni 2010 (eind juni 2009) (globaal/per aandeel)

 

Nettoresultaat                                 EUR 297 miljoen (EUR 98 miljoen)                 EUR 1,91 (EUR 0,63)

 

Nettoresultaat zonder

waardeverminderingen                   EUR 317 miljoen (EUR 353 miljoen)               EUR 2,04 (EUR 2,27)      

 

Cash earnings                                  EUR 361 miljoen (EUR 371 miljoen)               EUR 2,24 (EUR 2,30)      

 

Aangepast netto-actief                    EUR 12.671 miljoen (EUR 12.299 miljoen)     EUR 78,53 (EUR 76,22)

 

De berekeningsmethode per aandeel steunt op het aantal uitgegeven aandelen op 30 juni (161,4 miljoen), behalve voor het nettoresultaat per aandeel, waarvoor, in toepassing van de IFRS, wordt verwezen naar het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen (155,1 miljoen effecten in 2010).

 

De Raad van Bestuur van GBL van 30 juli 2010 heeft de volgens IFRS geconsolideerde financiële staten van GBL voor het eerste halfjaar van 2010 afgesloten. Deze rekeningen zijn in overeenstemming met IAS 34 (Tussentijdse Financiële Verslaggeving) en werden onderworpen aan een beperkte controle door de Commissaris Deloitte.

 

Het geconsolideerd nettoresultaat per 30 juni 2010 bedraagt EUR 297 miljoen, tegen EUR 98 miljoen over dezelfde periode van 2009. Deze evolutie weerspiegelt het behoorlijke niveau van de cash earnings van de vennootschap en de hogere bijdrage van de vennootschappen waarop vermogensmutatie wordt toegepast (+ EUR 50 miljoen). Voorts werden in 2010 slechts voor EUR 20 miljoen waardeverminderingen geboekt op de participatie in Iberdrola, terwijl vorig boekjaar deze lasten opliepen tot EUR 235 miljoen met betrekking tot Pernod Ricard en Iberdrola. In totaal, gaat het geconsolideerd nettoresultaat er met EUR 199 miljoen op vooruit.

 

De cash earnings zijn stabiel gebleven op EUR 361 miljoen tegen EUR 371 miljoen in 2009. De uitzonderlijke uitkering door GDF SUEZ in 2009 werd immers deels gecompenseerd door de toename van de dividenden van Lafarge, Imerys en Pernod Ricard, die het gevolg zijn van de bijkomende investeringen van GBL in deze deelnemingen die sinds juni 2009 EUR 642 miljoen bedragen.

 

Het aangepast netto-actief van GBL per 30 juni 2010 bedraagt EUR 78,53 tegen EUR 94,40 in december 2009 en is het gevolg van de evolutie van de beurskoersen van de deelnemingen sinds het begin van het jaar op een zeer volatiele markt. De beurskoers van GBL (EUR 57,14 per 30 juni 2010) is, in de lijn van de indexen Cac 40 en Eurostoxx 50, met 13,4% gedaald ten opzichte van het einde van het jaar. Een deel van deze daling, hetzij 3,7%, houdt verband met het afknippen van de coupon GBL die in 2010 werd uitbetaald.

 

* * *

 

Om de financiering op middellange termijn veilig te stellen, heeft GBL de gunstige marktvoorwaarden aangegrepen om in juni 2010 een lening uit te schrijven van EUR 350 miljoen op 7,5 jaar. Deze obligatielening, bestemd voor particulieren in België en het Groothertogdom Luxemburg, levert een rente op van 4,0%.

 

Bovendien heeft GBL op 30 juni voor een gecumuleerd bedrag van EUR 98 miljoen omruilbare obligaties ingekocht die in 2012 vervallen. Op geconsolideerde basis, levert deze verrichting een rendement van 3,7% op.

 

De langlopende schulden van GBL zijn zodoende al volgt samengesteld:

·                     EUR 337 miljoen omruilbare obligaties GBL met vervaldag in april 2012;

·                     EUR 350 miljoen obligaties met vervaldag in december 2017.

Tijdens het eerste halfjaar 2010 heeft GBL haar belang in Pernod Ricard opgetrokken van 9,1% tot 9,8%, voor een bedrag van zowat EUR 110 miljoen, hetzij EUR 61,4 per aandeel.


Eind juni beschikte GBL over om en bij de EUR 570 miljoen liquide middelen en quasi liquide middelen, inclusief het product van de uitgegeven obligatielening 2017. Rekening gehouden met de 3,8% eigen aandelen, gewaardeerd op EUR 346 miljoen, en de schulden ten bedrage van EUR 687 miljoen, bedragen de netto liquide middelen per 30 juni 2010 ongeveer EUR 230 miljoen.

 

1.      Portefeuille en aangepast netto-actief van GBL op 23 juli 2010

 

Portefeuille

 

Aangepast netto-actief

 

% in kapitaal

Beurskoers (EUR)

(miljoen EUR)

Total

4,0%

38,14

3.583

GDF SUEZ

5,2%

25,31

2.966

Lafarge

21,1%

43,12

2.600

Pernod Ricard

9,8%

62,61

1.623

Imerys

30,6%

45,25

1.046

Suez Environnement

7,1%

14,45

506

Iberdrola

0,6%

5,30

167

Private Equity

-

-

162

Arkema en andere deelnemingen

-

-

100

Portefeuille

 

 

12.753

Nettocash/trading/eigen aandelen

 

 

373

Aangepast netto-actief

 

 

13.126

Aangepast netto-actief per aandeel (EUR)

 

 

81,35

Beurskoers (EUR)

 

 

58,92

Het aantal uitstaande aandelen bedraagt 161.358.287. De thesaurie per 23 juli houdt rekening met de inning begin juli van de dividenden van Lafarge, Pernod Ricard en Iberdrola (EUR 143 miljoen).


2.         Geconsolideerd halfjaarresultaat (IFRS)

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni

2009

Cash earnings

Mark to market en andere non cash

Geasso-cieerde onderne-mingen

Eliminaties, meerwaarden, waarde-verminderingen en terugnemingen

Gecon-solideerd

Gecon-solideerd

 

 

 

 

 

 

 

Nettoresultaat van de geassocieerde ondernemingen

-

-

125,2

-

125,2

75,5

 

 

 

 

 

 

 

Nettodividenden van deelnemingen

370,8

-

-

(144,0)

226,8

304,0

 

 

 

 

 

 

 

Opbrengsten en kosten van interesten

(4,8)

(2,0)

-

-

(6,8)

(4,7)

 

 

 

 

 

 

 

Andere financiële opbrengsten en kosten

6,2

(21,5)

-

-

(15,3)

(10,0)

 

 

 

 

 

 

 

Andere bedrijfsopbrengsten en -kosten

(11,3)

(2,1)

-

-

(13,4)

(11,9)

 

 

 

 

 

 

 

Resultaten op overdrachten, waardeverminderingen en terugnemingen van niet-courante activa

-

-

-

(20,4)

(20,4)

(255,6)

 

 

 

 

 

 

 

Belastingen

-

0,6

-

-

0,6

0,5

 

 

 

 

 

 

 

Geconsolideerd resultaat (6 maanden 2010)

Gewoon resultaat per aandeel

Verwaterd resultaat per aandeel

360,9

(25,0)

125,2

(164,4)

296,7

1,91

1,91

 

Geconsolideerd resultaat (6 maanden 2009)

Gewoon resultaat per aandeel

Verwaterd resultaat per aandeel

371,3

8,3

75,5

(357,3)

 

97,8

0,63

0,63

Het gewogen gemiddeld aantal aandelen gebruikt voor de berekening van het gewoon resultaat per aandeel bedraagt 155.186.234 (155.792.046 per 30 juni 2009). Voor de berekening van het verwaterd resultaat per aandeel bedraagt het 159.398.376 (155.792.046 per 30 juni 2009).

2.1.      Cash earnings (EUR 361 miljoen tegen EUR 371 miljoen)

 

Nettodividenden

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

Lafarge

 

120,9

 

82,5

Total (saldo)

 

101,8

 

99,7

GDF SUEZ (uitzonderlijk)

 

-

 

93,7

GDF SUEZ (saldo)

 

78,5

 

70,3

Imerys

 

23,1

 

19,2

Suez Environnement

 

22,8

 

22,8

Pernod Ricard (voorschot)

 

15,8

 

11,4

Iberdrola (saldo)

 

6,2

 

4,6

Andere

 

1,7

 

1,5

 

 

 

 

 

Totaal

 

370,8

 

405,7

 

Het uitzonderlijk dividend van GDF SUEZ van EUR 94 miljoen in 2009 buiten beschouwing gelaten, zijn de nettodividenden van de deelnemingen over het eerste halfjaar 2010 met EUR 59 miljoen toegenomen. Die stijging is toe te schrijven aan het gecombineerd effect van:

·                     de aanvullende bijdrage van EUR 42 miljoen, ingevolge de investeringen in Lafarge en Imerys, ter gelegenheid van de in 2009 doorgevoerde kapitaalverhogingen, met een ongewijzigd dividend per aandeel;

·                     de inning van het standvastig dividend van Total en Suez Environnement;


·                     de stijging met EUR 14 miljoen van de dividenden van GDF SUEZ en Pernod Ricard: enerzijds hebben GDF SUEZ en Pernod Ricard een dividend uitgekeerd dat respectievelijk 12% en 22% is toegenomen en, anderzijds, heeft GBL, sinds juni 2009, in Pernod Ricard een bedrag geïnvesteerd van om en bij de EUR 150 miljoen.

De interestlasten bedragen EUR -5 miljoen en houden gelijke tred met die van 2009. De in juni 2010 uitgeschreven obligatielening zal pas in het tweede halfjaar het resultaat 2010 beïnvloeden.

De andere financiële opbrengsten en kosten bedragen EUR 6 miljoen, tegen EUR -22 miljoen in 2009. In het eerste halfjaar 2009 werd immers een verlies van EUR 40 miljoen geleden ten gevolge van de afwikkeling van tradingoperaties.

De andere bedrijfsopbrengsten en -kosten bleven stabiel op ongeveer EUR 11 miljoen.

2.2.           Mark to market en andere non cash (EUR -25 miljoen tegen EUR 8 miljoen)

 

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

Opbrengsten en kosten van interesten

 

(2,0)

 

(1,9)

Andere financiële opbrengsten en kosten

 

(21,5)

 

11,5

Andere bedrijfsopbrengsten en -kosten

 

(2,1)

 

(1,8)

Belastingen

 

 

0,6

 

0,5

Totaal

 

(25,0)

 

8,3

Deze post omvat op 30 juni 2010 voornamelijk de actuariële afschrijving van de omruilbare obligaties (EUR -2 miljoen), de schommelingen van de reële waarde van de optie-instrumenten (EUR -7 miljoen) en de eliminatie van het dividend op de eigen aandelen (EUR -15 miljoen). In 2009 omvatte deze post daarenboven een terugneming van EUR 34 miljoen op de bovenvermelde tradingoperatie.

2.3.           Geassocieerde ondernemingen (EUR 125 miljoen tegen EUR 76 miljoen)

De nettobijdrage van de geassocieerde ondernemingen bedraagt EUR 125 miljoen tegen EUR 76 miljoen over dezelfde periode van 2009:

 

Miljoen EUR

 

 

30 juni 2010

 

 

 30 juni 2009

Lafarge

 

82,8

 

78,3

Imerys

 

36,5

 

3,6

ECP

 

5,9

 

(6,4)

Totaal

 

125,2

 

75,5

Lafarge (EUR 83 miljoen tegen EUR 78 miljoen)

Na een eerste kwartaal 2010, dat gekenmerkt werd door een moeilijk economisch klimaat in Europa en de Verenigde Staten en bijzonder ongunstige weersomstandigheden voor de bouwmarkt in de ontwikkelde landen en sommige opkomende landen, vertoont het tweede kwartaal een gunstiger beeld, met een verbetering van de volumes in Noord-Amerika, tekenen van stabilisatie in de landen van    Noord- Europa en tegenstrijdige tendensen in de opkomende landen.


Onder dergelijke omstandigheden is de halfjaaromzet, ten bedrage van EUR 7.712 miljoen, 3% (4% met ongewijzigde consolidatiekring en wisselkoersen) teruggelopen en het courant bedrijfsresultaat van EUR 1.072 miljoen, 5% (-9% met ongewijzigde consolidatiekring en wisselkoersen) achteruitgegaan. De over het algemeen solide cementprijs, de dalende energiefactuur en de door de groep geleverde belangrijke inspanningen tot kostenverlaging ondersteunden de operationele marge, die voor de hele groep 13,9% bereikt, en voor de afdeling Cement zelfs de 20% overschrijdt, en zulks niettegenstaande de terugval van de volumes over het eerste halfjaar. In het tweede kwartaal is de EBITDA-marge van de afdeling Cement met 110 basispunten opgelopen tot 32,7%.

Het nettoresultaat over de periode komt uit op EUR 393 miljoen, tegen EUR 370 miljoen over het eerste halfjaar 2009. Het effect van de aanpassing van de voorzieningen voor het geschil “ Cement Duitsland” in 2009 en de meerwaarde op de overdracht van de effecten Cimpor in 2010 buiten beschouwing gelaten, is het nettoresultaat, deel van de groep, 29% achteruitgegaan.

De forse waardestijging van de dollar en het pond sterling ten opzichte van de euro op 30 juni 2010 gaf aanleiding tot een nadelig omrekeningverschil op de schuld van EUR 1 miljard ten opzichte van 31 december 2009. Overigens blijft de groep zijn inspanningen tot verbetering van zijn liquiditeit en zijn financiële structuur voortzetten. Aldus heeft de groep per eind juli 2010 voor EUR 350 miljoen desinvesteringen doorgevoerd in het kader van zijn in februari 2010 aangekondigd plan tot overlatingen van EUR 300 tot 500 miljoen. Op dezelfde datum werden eveneens alle vervaldagen 2010 van de langlopende schuld van Lafarge geherfinancierd en werden de bevestigde en niet-opgenomen kredietlijnen, zowel qua bedrag als looptijd, uitgebreid en tot EUR 3,8 miljard opgetrokken met een gemiddelde maturiteit van meer dan drie jaar.

Imerys (EUR 37 miljoen tegen EUR 4 miljoen)

Imerys realiseerde over het eerste halfjaar 2010 een omzet van EUR 1.623 miljoen, 18% meer dan over dezelfde periode van 2009. Daarin is een gunstig wisselkoerseffect verwerkt van EUR 35 miljoen, ten gevolge van de verzwakking van de gemiddelde wisselkoers van de euro ten opzichte van de andere munten met uitzondering van de Amerikaanse dollar, en een consolidatiekringeffect van EUR -6 miljoen. Imerys kon immers voordeel trekken uit de over het algemeen aantrekkende economische activiteit, die gestimuleerd werd door het krachtig effect van de heraanvulling van de voorraden, vooral in activiteiten die verband houden met de industriële uitrusting. In de opkomende landen, die 26% van de verkopen voor hun rekening nemen, werd de groei doorgezet.

Dankzij een forse bijdrage van de volumes en een behoorlijke beheersing van de vaste en variabele kosten, ging het courant bedrijfsresultaat er met 88% op vooruit tot EUR 207 miljoen.

Het nettoresultaat, deel van de groep, bedraagt EUR 119 miljoen, tegen EUR 12 miljoen over het eerste halfjaar 2009.

De industriële ontwikkeling van Imerys wordt voortgezet met de indienstneming, in het tweede kwartaal 2010, van een nieuwe fabriek voor de vervaardiging van calciumcarbonaat voor papier in China en de verwerving, op 26 juli 2010, van Para Pigmentos S.A., een Braziliaanse producent van kaolien voor papier.

Ergon Capital Partners / Ergon Capital Partners II (ECP) (EUR 6 miljoen tegen EUR -6 miljoen)

De bijdrage van ECP tot het resultaat van GBL per 30 juni 2010 bedraagt EUR 6 miljoen, tegen EUR -6 miljoen per 30 juni 2009. De schommeling is hoofdzakelijk te wijten aan de evolutie van de boekhoudkundige waardering van de portefeuille.


2.4.           Eliminaties en meerwaarden (EUR -164 miljoen tegen EUR -357 miljoen)

 

Miljoen EUR

 

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

Waardeverminderingen op genoteerde deelnemingen

 

 

(20,4)

 

 

(234,7)

Pernod Ricard

 

-

 

(198,2)

Iberdrola

 

(20,4)

 

(36,5)

 

 

 

 

 

Andere

 

-

 

(20,9)

 

 

 

 

 

Eliminaties van de dividenden (Lafarge en Imerys)

 

 

(144,0)

 

 

(101,7)

 

 

 

 

 

Totaal

 

(164,4)

 

(357,3)

 

Ter herinnering: wegens de daling van de financiële markten heeft GBL, met inachtneming van de IFRS, EUR 637 miljoen gecumuleerde waardeverminderingen geboekt op de deelnemingen in Pernod Ricard en Iberdrola waarvan EUR 402 miljoen in 2008 en EUR 235 miljoen in 2009.

 

De slotkoers van Iberdrola per 30 juni 2010 bedroeg EUR 4,63 per aandeel. Dienvolgens was GBL, in toepassing van de IFRS, verplicht om een bijkomende waardevermindering van EUR 20 miljoen op Iberdrola te boeken. De gecumuleerde waardevermindering op Iberdrola bedraagt sindsdien EUR 144 miljoen.

 

Op Pernod Ricard had GBL een waardevermindering van EUR 513 miljoen geboekt. De geconsolideerde nettowaarde van deze deelneming bedraagt derhalve EUR 41,2 per aandeel. Op basis van de beurskoers van EUR 63,98 per 30 juni 2010 komt evenwel een latente meerwaarde van EUR 76 miljoen te voorschijn, bovenop de waardevermindering die niet langer verantwoord zou zijn. Overeenkomstig de IFRS mag deze terugneming echter niet in resultaat worden genomen.

 

Gelet op de daling van de beurskoers van Lafarge moest op deze deelneming een impairment test worden uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat bij de afsluiting per 30 juni geen waardevermindering op de geconsolideerde waarde (EUR 69,0 per aandeel) verantwoord is op grond van de beschikbare informatie op die datum.

 

De nettodividenden van de deelnemingen waarop vermogensmutatie wordt toegepast werden geëlimineerd. Het betreft een bedrag van EUR 144 miljoen afkomstig van Lafarge en van Imerys.


3.      Globaal resultaat

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

30 juni 2009

 

Resultaat van de periode

(nota 2 supra)

Rechtstreeks in eigen vermogen geboekte bestanddelen

Globaal resultaat

Globaal resultaat

 

 

 

Mark to Market

Geassocieerde ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijdragen van de deelnemingen

 

331,6

 

(1.585,8)

 

466,4

 

(787,8)

 

(836,9)

GDF SUEZ

78,5

(795,1)

-

(716,6)

(866,0)

Suez Environnement

22,8

(88,9)

-

(66,1)

36,8

Total

101,8

(755,3)

-

(653,5)

59,3

Lafarge

82,8

-

394,8

477,6

25,8

Imerys

36,5

-

71,6

108,1

24,3

Pernod Ricard

15,8

86,8

-

102,6

(84,5)

Iberdrola

(14,2)

(43,6)

-

(57,8)

-

Andere

7,6

10,3

-

17,9

(32,6)

 

 

 

 

 

 

Andere opbrengsten en kosten

 

(34,9)

 

0,0

 

0,0

 

(34,9)

 

(26,1)

30 juni 2010

296,7

(1.585,8)

466,4

(822,7)

 

30 juni 2009

97,8

(929,1)

(31,7)

 

(863,0)

Overeenkomstig IAS 1 publiceert GBL een globaal geconsolideerd resultaat, dat integraal deel uitmaakt van de geconsolideerde financiële staten. Dit globaal resultaat per eind juni 2010 bedraagt EUR -823 miljoen, tegen EUR -863 miljoen in 2009. Die evolutie is voornamelijk te wijten aan de schommeling van de beurskoers van de deelnemingen van de portefeuille.

Dit globaal resultaat staat voor de wijziging in het eigen vermogen over het eerste halfjaar 2010, zonder de uitkering van het dividend van GBL. Het wordt berekend op basis van het geconsolideerd resultaat over de verslagperiode (EUR 297 miljoen), waarbij het effect van de beurs op de voor verkoop beschikbare deelnemingen (Total, GDF SUEZ, Pernod Ricard, enz.) (EUR -1.586 miljoen) en de wijzigingen in het eigen vermogen van de geassocieerde ondernemingen (EUR 466 miljoen) wordt gevoegd.

4.      Risicofactoren

Alle belangrijke deelnemingen van de portefeuille die door GBL worden aangehouden zijn blootgesteld aan specifieke risico’s die werden toegelicht in het jaarlijks financiële verslag van GBL per 31 december 2009 (p. 110), dat voor nadere informatie verwijst naar de websites van de verschillende deelnemingen.

De eigen risico’s van GBL per 31 december 2009 worden toegelicht in het jaarlijks financiële verslag van GBL (p. 110-111). Tijdens het tweede halfjaar 2010 blijft GBL aan dezelfde risico’s onderworpen.

5.      Vooruitzichten voor het boekjaar 2010

Het leeuwenaandeel van de nettodividenden van de deelnemingen die de cash earnings van GBL uitmaken, wordt in het eerste halfjaar geïnd. In het tweede halfjaar verwacht GBL nog interimdividenden te innen, hoofdzakelijk vanwege Total, GDF SUEZ en Pernod Ricard, die evenwel nog door de respectieve organen moeten worden goedgekeurd.

Het geconsolideerd resultaat zal verder worden beïnvloed door de evolutie van de bijdragen van de geassocieerde ondernemingen (Lafarge, Imerys en ECP), die zelf afhankelijk is van de conjunctuur, en door de schommeling van de reële waarde van de financiële instrumenten en de eventuele impairments/terugnemingen van impairments op de portefeuille.

De resultaten per 30 september zullen op 5 november 2010 worden bekendgemaakt.

6.      Verslag van de Commissaris over de halfjaarinformatie

Wij hebben een beperkt nazicht uitgevoerd van de verkorte geconsolideerde balans, het verkort geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat, het verkort geconsolideerd overzicht van de mutaties in het eigen vermogen, het verkort geconsolideerd overzicht van de kasstromen en de selectieve toelichtingen 1 tot 6 (gezamenlijk de “tussentijdse financiële verslaggeving”) van de Groep Brussel Lambert nv (de “Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen de “Groep”) over het op 30 juni 2010 afgesloten halfjaar. Deze financiële verslaggeving werd opgemaakt onder de verantwoordelijkheid van de Raad van bestuur. Onze verantwoordelijkheid is, op basis van ons beperkt nazicht, een oordeel uit te brengen omtrent deze tussentijdse financiële verslaggeving.

 

Deze tussentijdse financiële verslaggeving werd opgesteld in overeenstemming met IAS 34 - Tussentijdse financiële verslaggeving, zoals aanvaard door de Europese Unie.

 

Ons beperkt nazicht werd verricht overeenkomstig de in België geldende controleaanbevelingen i.v.m. het beperkt nazicht zoals uitgevaardigd door het Instituut der Bedrijfsrevisoren. Een beperkt nazicht bestaat voornamelijk uit de bespreking van de financiële verslaggeving met het management en analytisch onderzoek en andere ontledingen van de tussentijdse financiële verslaggeving en onderliggende financiële gegevens. Een beperkt nazicht is minder diepgaand dan een volkomen controle in overeenstemming met de algemeen aanvaarde controlenormen i.v.m. de geconsolideerde jaarrekening zoals uitgevaardigd door het Instituut der Bedrijfsrevisoren. Dienovereenkomstig kunnen wij de tussentijdse financiële verslaggeving niet certificeren.

 

Op basis van ons beperkt nazicht, kwamen er geen feiten onder onze aandacht welke ons doen geloven dat de tussentijdse financiële verslaggeving over het op 30 juni 2010 afgesloten halfjaar, in enig mogelijk opzicht, niet is opgesteld overeenkomstig IAS 34 - Tussentijdse financiële verslaggeving, zoals toegepast door de Europese Unie.

 

30 juli 2010

 

De Commissaris,

 

 

 

_______________________________

DELOITTE Bedrijfsrevisoren

BV o.v.v.e CVBA

vertegenwoordigd door Michel Denayer

 

7.      Verklaring van de Verantwoordelijken

 

Baron Frère, Gérald Frère en Thierry de Rudder, het Uitvoerend Management, en Patrick De Vos, Financieel Directeur, verklaren, in naam en voor rekening van GBL, dat bij hun weten:

 

-                      de op 30 juni 2010 afgesloten geconsolideerde financiële staten zijn opgesteld overeenkomstig de IFRS en een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van GBL en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen (1);

-                      het halfjaarlijks financieel verslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling van de zaken, de resultaten en de positie van GBL en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsook een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij worden geconfronteerd.

 

(1) De “in de consolidatie opgenomen ondernemingen” omvatten de dochtervennootschappen van GBL in de zin van artikel 6 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.


 

 

Halfjaarlijkse financiële staten IFRS

 

Geconsolideerd overzicht van het volledige resultaat

 

Miljoen EUR

Noten

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

 

Deel in het nettoresultaat van de geassocieerde ondernemingen

 

 

1

 

 

125,2

 

 

75,5

 

 

 

 

 

 

Nettodividenden van deelnemingen

2

 

226,8

 

304,0

 

 

 

 

 

 

Opbrengsten en kosten van interesten

3

 

(6,8)

 

(4,7)

Niet-courante activa

 

 

0,3

 

(0,5)

Courante activa en financiële schulden

 

 

(7,1)

 

(4,2)

 

 

 

 

 

 

Andere financiële opbrengsten en kosten

4

 

(15,3)

 

(10,0)

Resultaten op beleggingseffecten en afgeleide producten

 

 

 

(14,2)

 

 

(8,5)

Andere

 

 

(1,1)

 

(1,5)

Andere bedrijfsopbrengsten en -kosten

 

 

(13,4)

 

(11,9)

Resultaten op overdrachten en waardeverminderingen van niet-courante activa

 

2

 

 

 

(20,4)

 

 

 

(255,6)

 

Belastingen

 

 

0,6

 

0,5

 

 

 

 

 

 

Geconsolideerde resultaat over de periode

 

 

296,7

 

97,8

 

 

 

 

 

 

Andere elementen van het volledige resultaat

 

 

 

 

 

Voor verkoop beschikbare deelnemingen-wijziging van de reële waarde

2

 

 

(1.585,8)

 

 

(929,1)

Deel in de andere elementen van het volledige resultaat van de geassocieerde ondernemingen

1

 

 

 

466,4

 

 

 

(31,7)

Andere

 

 

-

 

-

 

 

 

 

 

 

Globaal resultaat

 

 

(822,7)

 

(863,0)

Minderheidsbelangen

 

 

 

 

-

 

-

Geconsolideerde resultaat over de periode per aandeel

Gewoon

6

 

 

1,91

 

 

0,63

Verwaterd

 

 

1,91

 

0,63

 


Geconsolideerde balans

 

Miljoen EUR

Noten

 

30 juni 2010

 

31 december 2009

 

 

 

 

 

 

Niet-courante activa

 

 

13.699,9

 

14.711,0

Materiële vaste activa

 

 

20,4

 

18,0

Deelnemingen

 

 

13.657,2

 

14.671,3

       Deelnemingen in geassocieerde ondernemingen

 1

 

 

5.005,0

 

 

4.556,4

       Voor verkoop beschikbare deelnemingen

    2

 

8.652,2

 

10.114,9

Andere niet-courante activa

 

 

21,8

 

21,2

Uitgestelde belastingvorderingen

 

 

0,5

 

0,5

Courante activa

3

 

700,8

 

632,2

Beleggingsactiva

 

 

12,9

 

14,7

Liquide middelen en gelijkgestelde

 

 

533,3

 

604,8

Andere activa

 

 

154,6

 

12,7

Totaal activa

 

 

14.400,7

 

15.343,2

 

 

 

 

 

 

Eigen vermogen

6

 

13.644,8

 

14.845,1

Kapitaal

 

 

653,1

 

653,1

Uitgiftepremies

 

 

3.815,8

 

3.815,8

Reserves

 

 

9.175,9

 

10.376,2

Minderheidsbelangen

 

 

-

 

-

 

 

 

 

 

 

Niet-courante passiva

 

 

683,1

 

428,4

Obligatieleningen

3

 

680,8

 

424,7

Uitgestelde belastingverplichtingen

 

 

1,7

 

2,7

Voorzieningen

 

 

0,6

 

1,0

 

 

 

 

 

 

Courante passiva

 

 

72,8

 

69,7

Financiële schulden

 

 

-

 

-

Fiscale schulden

 

 

2,3

 

1,5

Afgeleide producten

 

 

37,7

 

26,1

Andere schulden

 

 

32,8

 

42,1

 

 

 

 

 

 

Totaal passiva en eigen vermogen

 

 

14.400,7

 

15.343,2

 

 


Geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen

 

Miljoen EUR

Kapitaal

Uitgifte-premies

Herwaar-derings-reserves

Eigen aandelen

Omreke-nings-verschil-len

Omruil- bare obligatie 2005-2012

Inge-houden winsten

Totaal

van de reserves

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Per 31 december 2008

653,1

3.815,8

3.021,9

(207,7)

(212,5)

17,6

6.330,2

13.418,4

Globaal resultaat

-

-

(926,0)

-

(24,6)

-

87,6

(863,0)

Totaal van de verrichtingen met de aandeelhouders

 

-

 

-

 

 

-

 

(12,8)

 

-

 

-

 

(353,5)

 

(366,3)

Per 30 juni 2009

653,1

3.815,8

2.095,9

(220,5)

(237,1)

17,6

6.064,3

12.189,1

Globaal resultaat

-

-

1.708,3

-

24,4

-

939,6

2.672,3

Totaal van de verrichtingen met de aandeelhouders

 

-

 

-

 

-

 

(14,6)

 

-

 

-

 

(1,7)

 

(16,3)

Per 31 december 2009

653,1

3.815,8

3.804,2

(235,1)

(212,7)

17,6

7.002,2

14.845,1

Globaal resultaat

-

-

(1.616,7)

-

512,8

-

281,2

(822,7)

Totaal van de verrichtingen met de aandeelhouders

 

-

 

-

 

-

 

(10,0)

 

-

 

-

 

(367,6)

 

(377,6)

Per 30 juni 2010

653,1

3.815,8

2.187,5

(245,1)

300,1

17,6

6.915,8

13.644,8

Op 20 april 2010 werd aan de aandeelhouders van GBL een brutodividend uitgekeerd van EUR 2,42 per aandeel (tegen EUR 2,30 in 2009).

Op 30 juni 2010 bezat GBL 6.099.444 eigen aandelen (tegen 6.054.739 op 31 december 2009).


Geconsolideerd overzicht van de kasstromen


Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten

 

187,2

 

443,2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geconsolideerd resultaat van de periode vóór interesten en belastingen

 

302,9

 

102,0

Aanpassing voor:

 

 

 

 

Nettoresultaat van de geassocieerde ondernemingen

 

(125,2)

 

(75,5)

Dividenden van de geassocieerde ondernemingen

 

23,1

 

-

Herwaarderingen tegen reële waarde

 

2,1

 

(0,7)

Resultaat op overdrachten, waardeverminderingen en terugnemingen van niet-courante activa

 

20,4

 

255,6

 Andere

 

(13,7)

 

13,7

 

 

 

 

 

Opbrengsten en kosten van geïnde (betaalde) interesten

 

(12,2)

 

(12,4)

Terugbetaalde belastingen

 

-

 

-

 

 

 

 

 

Wijziging van financiële beleggingsinstrumenten

 

1,8

 

150,3

Wijziging van de behoefte aan werkkapitaal

 

(12,0)

 

10,2

 

 

 

 

 

Kasstromen uit investeringsactiviteiten

 

(124,8)

 

(564,8)

 

 

 

 

 

Verwervingen van:

 

 

 

 

Deelnemingen

 

(130,4)

 

(397,2)

Andere financiële activa

 

-

 

(167,5)

 

 

 

 

 

Inkomsten uit de overdracht van materiële vaste activa

 

-

 

-

Overdrachten van deelnemingen en andere financiële activa

 

5,6

 

-

 

 

 

 

 

Kasstromen uit financieringsactiviteiten

 

(133,9)

 

378,9

 

 

 

 

 

Uitgekeerde dividenden

 

(375,7)

 

(358,3)

Ontvangsten uit financiële schulden

 

349,8

 

750,0

Terugbetalingen van financiële schulden

 

(98,0)

 

-

Nettobewegingen op eigen aandelen

 

(10,0)

 

(12,8)

 

 

 

 

 

Nettotoename (afname) van liquide middelen en gelijkgestelde

 

 

(71,5)

 

 

257,3

 

 

 

 

 

Liquide middelen en gelijkgestelde bij het begin van de periode

 

604,8

 

966,0

Liquide middelen en gelijkgestelde bij de afsluiting van de periode

 

533,3

 

1.223,3

 

 


Toelichting

Boekhoudkundige methoden en seizoensgebonden karakter

De geconsolideerde financiële staten werden opgemaakt in overeenstemming met de door de Europese Unie aangenomen IFRS (International Financial Reporting Standards) en de door het International Financial Reporting Interpretations Committee van de IASB (IFRIC) gepubliceerde interpretaties.

De voor de opmaak van de tussentijdse financiële staten toegepaste boekhoudkundige methoden en berekeningsmodaliteiten zijn identiek aan deze die voor de financiële verslaggeving over het boekjaar 2009 werden gebruikt. De geconsolideerde financiële staten per 30 juni 2010 zijn in overeenstemming met IAS 34 – Tussentijdse financiële verslaggeving.

De consolidatiekring is identiek aan die van 31 december 2009. Merk op dat de dochteronderneming GBL Participations, Ergon Capital Partners III is geworden.

De seizoensgebondenheid van de resultaten werd hiervoor toegelicht in de vooruitzichten voor het boekjaar 2010.

1.      Vermogensmutatie van Lafarge, Imerys en ECP

1.1.     Deel in het nettoresultaat

 

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

 30 juni 2009

Lafarge

 

82,8

 

78,3

Imerys

 

36,5

 

3,6

ECP

 

5,9

 

(6,4)

Deel in het nettoresultaat van de geassocieerde ondernemingen

 

 

125,2

 

 

75,5

Het resultaat van Lafarge op 30 juni 2010 bedraagt EUR 393 miljoen. 0p basis van het deelnemingspercentage van GBL, bedraagt de bijdrage van Lafarge bijgevolg EUR 83 miljoen, tegen EUR 78 miljoen in juni 2009.

Het geconsolideerd nettoresultaat van Imerys over het eerste halfjaar 2010 bedraagt EUR 119 miljoen. Op basis van het deelnemingspercentage van GBL bedraagt de bijdrage van Imerys tot het haljaarresultaat dus EUR 37 miljoen, EUR 33 miljoen meer dan vorig jaar.

De bijdrage van ECP per 30 juni 2010 bedraagt EUR 6 miljoen, tegen EUR -6 miljoen in juni 2009.

1.2.     Vermogensmutatiewaarde

 

Miljoen EUR

 

Lafarge

Imerys

ECP

 

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

Per 31 december 2009

 

3.807,0

658,0

91,4

 

4.556,4

 

 

 

 

 

 

 

Investeringen

 

-

-

1,0

 

1,0

Resultaat van de periode

 

82,8

36,5

5,9

 

125,2

Uitkering

 

(120,9)

(23,1)

-

 

(144,0)

Omrekeningsverschillen

 

442,5

70,4

-

 

512,9

Wijziging van de herwaarderingreserves

 

(30,9)

1,0

-

 

(29,9)

Andere

 

(16,8)

0,2

-

 

(16,6)

 

 

 

 

 

 

 

Per 30 juni 2010

 

4.163,7

743,0

98,3

 

5.005,0

Op 30 juni 2010 bedroeg de beurswaarde van de deelneming in Lafarge EUR 2.718 miljoen (tegen EUR 3.486 miljoen per 31 december 2009). De impairment test die door GBL werd uitgevoerd ingevolge de evolutie van de beurswaarde van Lafarge, heeft geen aanleiding gegeven tot een waardevermindering op deze deelneming.

GBL heeft dezelfde methodologie toegepast als voorheen en, in toepassing van de IFRS, de in het verleden gebruikte waarderingsmodellen geüpdatet.


2.        GDF SUEZ, Suez Environnement (SE), Total, Pernod Ricard, Iberdrola en andere deelnemingen beschikbaar voor verkoop

2.1.     Nettodividenden

 

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

GDF SUEZ

 

78,5

 

164,0

SE

 

22,8

 

22,8

Total

 

101,8

 

99,7

Pernod Ricard

 

15,8

 

11,4

Iberdrola

 

6,2

 

4,6

Andere

 

1,7

 

1,5

 

 

 

 

 

Totaal

 

226,8

 

304,0

 

Ter herinnering: in 2009 heeft GBL van GDF Suez een uitzonderlijk dividend ontvangen (EUR 94 miljoen).

 

2.2.     Reële waarde en schommeling

 

De deelnemingen in de beursgenoteerde ondernemingen werden gewaardeerd op basis van de slotkoers.

 

De deelnemingen in de “Fondsen”, die PAI Europe III, Sagard I en Sagard II omvatten, werden geherwaardeerd op basis van de reële waarde van hun beleggingsportefeuille.

 

Miljoen EUR

31 december 2009

 

Aankopen/ Verkopen

Waarde- verminde- ringen

Wijziging van de herwaarde-ringsreserves

Resultaat van de beleggings-fondsen

 

30 juni 2010

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Total

4.227,8

 

-

-

(755,3)

-

 

3.472,5

GDF SUEZ

3.548,9

 

-

-

(795,1)

-

 

2.753,8

Pernod Ricard

1.444,4

 

109,1

-

86,8

15,8

 

1.656,1

SE

564,4

 

-

-

(88,9)

-

 

475,5

Iberdrola

209,6

 

-

(20,4)

(43,6)

-

 

145,6

Fondsen

56,3

 

3,7

-

5,4

(1,6)

 

63,8

Andere

63,5

 

16,8

-

4,9

-

 

85,2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reële waarde

10.114,9

 

129,6

(20,4)

(1.585,8)

14,2

 

8.652,5

 

2.3.   Resultaat van overdrachten en waardeverminderingen op deelnemingen beschikbaar voor verkoop 

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waardeverminderingen op deelnemingen beschikbaar voor verkoop

 

(20,4)

 

(252,5)

Pernod Ricard

 

-

 

(198,2)

Iberdrola

 

(20,4)

 

(36,5)

Fondsen

 

-

 

(17,8)

 

 

 

 

 

Andere

 

-

 

(3,1)

 

 

 

 

 

Totaal

 

(20,4)

 

(255,6)

 

In toepassing van de IFRS werd op Iberdrola een bijkomende waardevermindering van EUR 20 miljoen geboekt, ten einde de deelneming in overeenstemming te brengen met de beurskoers op 30 juni 2010, zijnde EUR 4,63 per aandeel.

Pernod Ricard, daarentegen, sloot op 30 juni 2010 af op EUR 63,98 per aandeel, ten opzichte van een geconsolideerde nettowaarde van EUR 41,20. We herinneren eraan dat GBL Pernod Ricard had afgewaardeerd voor een gecumuleerd bedrag van EUR 513 miljoen, waarvan EUR 198 miljoen in het eerste halfjaar 2009.

In het eerste halfjaar 2010 heeft GBL geen resultaten verwezenlijkt op overdrachten van deelnemingen beschikbaar voor verkoop.

3.      Liquide middelen en schulden

3.1.     Courante activa en passiva

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

31 december 2009

 

 

 

 

 

Courante activa

 

700,8

 

632,2

Waarvan

 

 

 

 

Liquide middelen en gelijkgestelde

 

532,9

 

604,8

Dividend Lafarge

 

120,9

 

-

Andere

 

47,0

 

27,4

 

 

 

 

 

Courante passiva

 

72,8

 

69,7

Waarvan financiële schulden

 

-

 

-

 

 

 

 

 

Courante activa – Courante passiva

 

628,0

 

562,5

Het dividend van Lafarge geïnd door GBL begin juli 2010 (EUR 121 miljoen) werd in vermindering gebracht van de geconsolideerde nettowaarde van Lafarge op de balans van GBL.

3.2.     Niet-courante financiële passiva

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

31 december 2009

 

 

 

 

 

Niet-courante financiële schulden

 

680,8

 

424,7

       Omruilbare leningen 2005 - 2012

 

331,0

 

424,7

Nominale waarde

 

435,0

 

435,0

Inkoop

 

(98,0)

 

-

Gecumuleerde actuariële afschrijving

 

(6,0)

 

(10,3)

Geamortiseerde kostprijs

 

331,0

 

424,7

       Omruilbare leningen 2010 - 2017

 

349,8

 

-

 

 

 

 

 

 

GBL heeft in het eerste halfjaar 2010 voor een bedrag van ongeveer EUR 100 miljoen, hetzij 23% van de totale nominale waarde, omruilbare obligaties, uitgegeven door haar dochter Sagerpar, ingekocht. Ter herinnering: Sagerpar had voor een bedrag van EUR 435 miljoen obligaties uitgegeven, met vervaldag in april 2012 omruilbaar in 5.085.340 GBL-aandelen. Deze inkoop levert een rendement op van 3,7% op geconsolideerde basis.

Daarenboven heeft GBL, gelet op de gunstige marktvoorwaarden, in juni 2010 obligaties (EUR 350 miljoen) uitgegeven met een looptijd van 7,5 jaar (vervaldag 29 december 2017) en een (bruto)rente van 4,00%. Deze obligaties worden genoteerd op de Beurs van Luxemburg en op NYSE Euronext Brussels (ISIN-code: BE0002174408).

 

Ten slotte beschikt GBL over EUR 1.800 miljoen bevestigde, niet-opgenomen kredietlijnen.


3.3.     Opbrengsten en kosten van interesten

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

Interesten op niet-courante activa

 

0,3

 

(0,5)

 

 

 

 

 

Interesten op omruilbare leningen

 

(8,3)

 

(8,3)

Nominale interest (cash earnings)

 

(6,3)

 

(6,4)

Geamortiseerde kostprijs

 

(2,0)

 

(1,9)

 

 

 

 

 

Interesten van thesaurie

 

1,2

 

4,1

 

 

 

 

 

Opbrengsten en kosten van interesten

 

(6,8)

 

(4,7)

 

De interesten op liquide middelen (EUR 1 miljoen in 2010) zijn gedaald, vooral ten gevolge van de vermindering van de rentevoeten.

De interesten op omruilbare leningen omvatten de kost van de jaarlijkse coupon (2,95%) en de kost van de wedersamenstelling van de nominale waarde van de omruilbare obligatie.

4.      Andere financiële opbrengsten en kosten

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

Resultaten op beleggingseffecten en afgeleide producten

 

(14,2)

 

(8,5)

Andere

 

(1,1)

 

(1,5)

 

 

 

 

 

Totaal

 

(15,3)

 

(10,0)

 

Deze post omvat per 30 juni 2010 vooral het effect van de renteswap en de posities in lopende afgeleide producten met een nominaal bedrag van EUR 96 miljoen.

5.      Verrichtingen met verbonden / verwante partijen

 

Miljoen EUR

Pargesa

ECP

Andere

 

 

 

 

Activa

 

 

 

Niet-courante

-

-

0,1

Beleggingsactiva

12,1

-

-

 

 

 

 

Passiva

 

 

 

Afgeleide producten

5,0

-

-

 

 

 

 

Resultatenrekening

0,3

0,1

-

De bedragen vermeld bij Pargesa, als verbonden onderneming, hebben betrekking op de door GBL uitgeschreven opties op Pargesa-aandelen, alsook op de dekking van dit optieplan bij GBL.

 


6.      Eigen vermogen

6.1.     Herwaarderingsreserves

Deze reserves omvatten de schommelingen van de reële waarde van de deelnemingen beschikbaar voor verkoop en van de reserves van de ondernemingen waarop vermogensmutatie wordt toegepast.

 

Miljoen EUR

 

Total

 

GDF

SUEZ

Suez Environnement

Pernod Ricard

Iberdrola

Fondsen

Andere

 

Totaal

Per 31 december 2009 

 

2.102,6

965,5

218,7

486,8

43,6

7,4

(20,4)

 

3.804,2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wijziging van de reële waarde

 

(755,3)

(795,1)

(88,9)

86,8

(43,6)

5,4

(26,0)

 

(1.116,7)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Per 30 juni 2010

 

1.347,3

170,4

129,8

573,6

0,0

12,8

(46,4)

 

2.187,5

6.2.     Resultaat per aandeel

Geconsolideerd resultaat

Miljoen EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

Gewoon

 

296,7

 

97,8

 

 

 

 

 

Verwaterd

 

304,6

 

97,8

 

Aantaal aandelen

In miljoen aandelen

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

Uitgegeven aandelen

 

161,4

 

161,4

 

 

 

 

 

Eigen aandelen bij begin van de periode

 

(6,1)

 

(5,6)

Gewogen variatie van de periode

 

(0,1)

 

0,0

 

 

 

 

 

Gewogen gemiddeld aantal aandelen weerhouden voor het gewoon resultaat per aandeel

 

155,2

 

155,8

 

 

 

 

 

Invloed van financiële instrumenten met verwaterend effect:

 

 

 

 

Omruilbare lening 2005-2012

 

5,1

 

-

Inkoop van omruilbare leningen

 

(1,1)

 

-

Aandelenopties  (in the money)

 

0,2

 

-

166

 

 

 

 

 

Gewogen gemiddeld aantal aandelen weerhouden voor het verwaterd resultaat per aandeel

 

159,4

 

155,8

 


Tijdens het eerste kwartaal werden 154.306 aandelenopties uitgeschreven ten voordele van het Uitvoerend Management en het personeel. Deze opties hebben een looptijd van 10 jaar en zullen drie jaar na de aanbiedingsdatum definitief door de verkrijgers zijn verworven. De uitoefenprijs werd vastgesteld op EUR 65,82 per optie.

Samenvatting van het resultaat per aandeel

 

EUR

 

30 juni 2010

 

30 juni 2009

 

 

 

 

 

dfdf                              Gewoon

 

1,91

 

0,63

 

 

 

 

 

Verwaterd

 

1,91

 

0,63

 

 

© 2002 GBL. Waarschuwing