|
Andere deelnemingen
|
|
|
|
|
|
1. Iberdrola
( )
|
|
(http://www.iberdrola.es)
Iberdrola is een belangrijke internationale speler op het vlak van stroom- en gasopwekking, distributie en verkoop van elektriciteit en aardgas en profileert zich via haar dochter Iberdrola Renovables als één van de wereldmarkt leiders op het gebied van de hernieuwbare energie. De groep bekleedt toonaangevende posities in Spanje en in Latijns-Amerika en heeft, door de overname van Scottish Power (2007) en Energy East (2008) zijn activiteiten onlangs uitgebreid tot respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Iberdrola kon in 2010 opnieuw betere bedrijfsresultaten voorleggen, en dit ondanks het gemengd economisch klimaat dat evenwel, zowel wat de vraag als de prijs van de nutsvoorzieningen betrof, geleidelijk verbeterde. De EBITDA en de EBIT gaan er respectievelijk met 10,5% en 7,1% op vooruit in vergelijking met het vorig jaar en sluiten respectievelijk af op EUR 7.528 miljoen en EUR 4.830 miljoen.
Die prestatie kan worden toegeschreven aan een stijging van de elektriciteitsproductie in het algemeen (+ 8%) en een voordeligere energiemix (waterkracht-, kerncentrales, enz.). Ze steunt ook op een strenge beheersing van de bedrijfs- en structuur kosten en op het behoorlijk standhouden van de gereguleerde activiteiten en de hernieuwbare energie.
Het nettoresultaat, deel van de groep, per eind 2010, blijft stabiel op EUR 2.870 miljoen (EUR 2.824 miljoen in 2009). De winst werd negatief beïnvloed door de verhoging van de financiële kosten wegens de toename van de gemiddelde financiële schuld over het jaar, alsook door een vermindering van de niet-courante bestanddelen. De recurrente winst, deel van de groep, is 6% toegenomen tot EUR 2.582 miljoen.
De netto financiële schuld per eind 2010 bedraagt EUR 29,5 miljard (EUR 28,5 miljard eind 2009) en vertegenwoordigt 93% van het eigen vermogen (98% in 2009).
De groep zal aan de Algemene Vergadering van de aandeelhouders een dividendsaldo van minstens EUR 0,18 per aandeel voorstellen, waardoor het totaal dividend per aandeel over het boekjaar 2010 op een niveau wordt gebracht dat minstens gelijk is aan de uitkering over het jaar 2009 (EUR 0,326 per aandeel). De bijdrage tot de cash earnings 2010 van GBL is gelijk aan EUR 10,7 miljoen (EUR 8,6 miljoen in 2009), zijnde de tegenwaarde van 1,9% daarvan.
Ter herinnering, GBL had in het eerste halfjaar 2007, door een investering van EUR 1,4 miljard, een belang van 3% genomen in het kapitaal van Iberdrola.
Die deelneming werd eind 2007 en begin 2008 gedeeltelijk van de hand gedaan tegen een verkoopprijs van meer dan EUR 1,3 miljard, waardoor een gecumuleerde meerwaarde van EUR 184 miljoen over die twee boekjaren kon worden verwezenlijkt.
Het resterend gedeelte van de deelneming van GBL in Iberdrola bedraagt 0,6% van het kapitaal, zulks na de deelname ten bedrage van EUR 13 miljoen in de door de groep in juni 2009 doorgevoerde kapitaalverhoging tegen de koers van EUR 5,3 per aandeel. Die positie werd geleidelijk teruggebracht tot de beurswaardering van de investering eind 2008, eind maart 2009 en eind juni 2010, hetzij EUR 4,6 per aandeel, door de boeking van een totale waardevermindering van EUR 144 miljoen, waarvan EUR 20 miljoen in 2010. Het aandeel Iberdrola noteerde per eind december 2010 EUR 5,77 per aandeel. |
|
|
2. Arkema
( )
|
|
(http://www.arkema.com)
De groep Arkema, ontstaan uit de herstructurering van de bedrijfstak Chemie van Total, is een belangrijke speler in de wereldwijd chemische nijverheid met een activiteitsportefeuille die op drie pijlers steunt: Industriële Chemie, Performantie producten en, in beperktere mate, Vinylproducten. Arkema is aanwezig in 40 landen en oefent haar globale activiteit uit via 80 industriële vestigingen in Europa, Noord-Amerika en Azië en via handelsfilialen bevestigd in alle regio’s ter wereld.
De vennootschap maakte in 2010 verder werk van haar in 2005 ingezette omvorming en deed verscheidene overnames in de acrylketen (Industriële Chemie) waarbij, enerzijds, de acrylactiva van Dow in Noord-Amerika werden overgenomen en, anderzijds, in december laatstleden, het project werd aangekondigd tot overname van de activiteiten PhotoCure Resins (lichtuithardingsharsen) en Coatings Resins (coating harsen) van Total. Door deze transacties verwerft Arkema de positie van wereldleider van de materialen bestemd voor de markt van de coatings.
Arkema realiseerde in 2010 een omzet van EUR 5.905 miljoen, hetzij 33% meer dan in 2009 (EUR 4.444 miljoen). Dit is vooral te wijten aan door de forse vraag in Azië, waar de groep meer dan 18% van haar omzet behaalt, het geleidelijk herstel in Noord-Amerika, de herpositionering van de verkopen op producten met een hoge toegevoegde waarde en de opstart van nieuwe productieenheden.De EBITDA over dezelfde periode werd met 2,5 vermenigvuldigd en komt uit op EUR 790 miljoen (EUR 310 miljoen in 2009).
De EBITDA-marge op omzet bedraagt 13,4%, tegen 7,0% in 2009. Deze bedrijfsprestatie is toe te schrijven aan de verbetering van de volumes en van de marges per eenheid over het merendeel van de productielijnen, alsook aan de beheersing van de vaste kosten, de effecten van de in Europa doorgevoerde herstructureringen en de integratie van de van Dow overgenomen activiteiten.
Het netto resultaat, deel van de groep, bedraagt EUR 347 miljoen,tegen een verlies van EUR 172 miljoen in 2009.
De in 2010 gegenereerde cashflow ten bedrage van EUR 276 miljoen is hoger dan in 2009 en kon onder meer profiteren van de herleving van het bedrijfsresultaat en van de beheersing van de behoefte aan werk kapitaal. De netto financiële schuld per eind 2010 bedraagt EUR 94 miljoen (EUR 341 miljoen eind 2009) en vertegen woordigt ongeveer 4% van het eigen vermogen (19% in 2009).
Aan de Algemene Vergadering van de aandeelhouders van 24 mei 2011 zal worden voorgesteld om voor het boekjaar 2010 een dividend van EUR 1,00 per aandeel uit te keren, wat een toename van 67% betekent in vergelijking met vorig jaar(EUR 0,60 per aandeel). De bijdrage van Arkema tot de cash earnings 2010 van GBL bedraagt EUR 1,2 miljoen.
Ter herinnering, GBL is, ten belope van 3,9% van het kapitaal, aandeelhouder van Arkema geworden naar aanleiding van de spin-off van Total in mei 2006. Sinds deze eerste notering heeftGBL, in de loop van de laatste maanden, haar belang in het kapitaal van de chemiegroep opgetrokken tot een deelneming van 5,0% per eind 2010 en onlangs tot ongeveer 6,0%.
Kennisgeving van drempeloverschrijdingen van 9 september 2011
|
|
|
3. PAI Europe III
( )
|
|
GBL heeft ongeveer 95% van haar inschrijvingsverbintenis van EUR 40 miljoen in PAI in 2001 volgestort (op een totaal van EUR 1,8 miljard). Dankzij de verkopen van deelnemingen, heeft PAI op een cumulatieve basis, EUR 83 miljoen aan GBL kunnen uitkeren. PAI heeft in de loop van 2010 de herfinanciering van de schuld bij Yoplait afgesloten. De deelneming in Chr Hansen werd gedeeltelijk op de beurs verkocht.
De portefeuille per 31 december 2010 telt nog vijf deelnemingen: Yoplait, GruppoCoin, FTE, Chr Hansen en Compagnie Européenne de Prévoyance. |
|
|
4. Sagard Private Equity Partners
( )
|
|
In 2002 had GBL zich ertoe verbonden om voor een bedrag van EUR 50 miljoen op een totaal van EUR 536 miljoen in te schrijven, op het eerste fonds van Sagard (Sagard I).
In de loop van het boekjaar 2006 heeft GBL daarenboven, voor een initieel bedrag van EUR 150 miljoen, dat in 2009 teruggebracht werd tot EUR 120 miljoen, ingeschreven op de opvolger van dit eerste fonds, met name Sagard II.
De totale toezegging in het fonds Sagard II bedraagt ongeveer EUR 810 miljoen.
SITUATIE VAN HET FONDS SAGARD I
Het totaal geinvesteerd bedrag sinds de oprichting bedraagt EUR 47 miljoen, zo goed als ongewijzigd ten opzichte van eind 2009. Op een gecumuleerde basis heeft GBL voor EUR 68 miljoen uitkeringen ontvangen uit Sagard I. De portefeuille van Sagard I telt per 31 december 2010 vijf deelnemingen: Hermes Metal Yudigar, Kiloutou, Souriau, Régie Linge Développement en Olympia.
SITUATIE VAN HET FONDS SAGARD II
Per 31 december 2010 heeft GBL in totaal EUR 57 miljoen in dit fonds gestort. Sagard II deed in de loop van 2010 zijn deelneming in SGD van de hand. Voorst investeerde het fonds in Ceva, wereldwijd het 8ste dierengeneeskundig laboratorium, en versterkte het zijn positie in de groep Fläkt Woods. De portefeuille van Sagard II eind december 2010 omvat vier deelnemingen: Corialis, Vivarte, Fläkt Woods en Ceva. |
|
|
5. Ergon Capital Partners (ECP)
( )
|
|
ECP is een private-equity beleggings vennootschap die in februari 2005 door GBL, samen met Parcom Capital, een ING-dochter, werd opgericht. Dezelfde partners hebben in december 2006 een tweede fonds, Ergon Capital Partners II (ECP II) opgericht. Ten slotte besliste GBL in maart 2010 om Ergon Capital Partners III (ECP III) op te starten, een beleggingfonds dat volledig door GBL wordt gecontroleerd. Alles te samen heeft ECP een totale beleggingscapaciteit van EUR 775 miljoen.
Tijdens het boekjaar 2010 heeft ECP een honderdtal potentiële beleggingsdossiers geanalyseerd en via ECP III een controledeelneming genomen in de Groep ELITech, een eerste rank onafhankelijke speler op de markt van de diagnostiek in de medische biologie. De groep produceert en verdeelt apparatuur voor in vitro diagnose, tests en reacties die hoofdzakelijk bestemd zijn voor medische en/of biologische analyselaboratoria. ELITech is op de diagnosemarkt aanwezig met 3 segmenten: de biochemie, de microbiologie en de moleculaire biologie.
Naast haar industriële activiteit verdeelt de groep ook een aantal producten van derde vennootschappen. De groep bezit 6 industriële vestigingen in Frankrijk, de Verenigde Staten, Nederland en Italië.
De portefeuille van ECP blijft zich geleidelijk hervatten, dankzij de maatregelen die in 2009 werden ingesteld en in 2010 voortgezet om de kosten te verminderen en het genereren van cash te bevorderen en het weer aantrekken van de operationele activiteiten. De gecumuleerde schuld van de vennootschappen van de portefeuille bleef aanmerkelijk dalen. In één van de deelnemingen, met name Seves, wereldleider in de fabricatie van glasisolatoren, is nog altijd een belangrijke herstructurering aan de gang.
ECP en ECP II hebben over het boekjaar 2010 een geconsolideerde boekwinst van EUR 33 miljoen gerealiseerd, waarvan het deel bij GBL EUR 14 miljoen bedraagt. Dit resultaat is voornamelijk toe te schrijven aan de schommeling van de boekhoud kundige waardering van de portefeuille. ECP III heeft in 2010 een geconsolideerd boekverlies van EUR 6 miljoen geboekt. Het deel van de groep GBL in dit verlies, zonder aandeel van de minder heidsaandeelhouders in de groep ELITech, bedraagt EUR 3 miljoen. Het geconsolideerd boekverlies van ECP III is voornamelijk te wijten aan de kosten in verband met de overname van de groep ELITech.
De portefeuille van ECP per eind december 2010 omvat acht deelnemingen, gewaardeerd op EUR 328 miljoen: La Gardenia, Seves, Stroili, Corialis, Joris Ide, Farmabios, Nicotra-Gebhardt en ELITech. |
|
|
|
|